Go to Top

Verbetert data sportprestaties?

Data is belangrijk in de sportwereld. Lichamelijke conditie en sportprestaties kunnen worden gemeten om nieuwe successen te behalen. Talent, ambitie en competentie hebben vooralsnog de meeste invloed, maar het verzamelen van gegevens geeft inzicht in hoe iemands prestaties in de loop der tijd veranderen. Analyses, aangepaste trainingsmethoden en doelgerichte strategieën kunnen de individuele prestaties of teamprestaties verder verbeteren.

De vraag is of we echt beter worden van al die informatie.

Oakland Athletics

De Amerikaanse honkbalclub Oakland Athletics was pionier op het gebied van data-analyse. In 2002 kregen ze het voor elkaar een nieuw winnend team op te bouwen met spelers die door anderen gepasseerd waren. In de honkbalsport worden grote hoeveelheden data en statistieken verzameld en Oaklands toverformule waren de statistische analyses (’sabermetrics’) waarbij ze erin slaagden erachter te komen welke data het belangrijkst waren. Ze wilden tot die gegevens  komen die een beeld gaven van hoe een speler optimaal zou kunnen presteren. Deze baanbrekende methode werd in 2011 verfilmd met Brad Pitt in Moneyball.

Team Sky

De wielersport was er snel bij met het gebruik van data-analyses. De ploeg van Team Sky gaat voorop. Algemeen manager Dave Brailsfords mantra ’marginal gains’ gaat over kleine procentuele verbeteringen die uiteindelijk leiden tot een groot resultaat.

De ploeg beschikt over ruime kennis en kunde van het analyseren van alle beschikbare informatie over de renners, de fietsen en de etappes. De sleutel tot succes is het samenstellen van deze informatie zodat de renners weten waar precies ze hun energie moeten gebruiken om te winnen.

Leicester City

Leicester City choqueerde de voetbalwereld toen het vorig jaar verrassend de Premier League won. Het was een sprookje dat de onbetwistbare underdog de rijke topclubs achter zich kon laten.

Maar de charismatische Italiaanse trainer Claudio Ranieri kreeg hulp van een aantal analisten die dag en nacht de gegevens van Prozone 3 interpreteerden. Alle spelers maakten gebruik van speciale uitrusting om hun fysieke gezondheid en fitheid te meten. Deze informatie werd gebruikt in het trainingsprogramma voor elke individuele speler. Wellicht wonnen zij hierdoor de competitie. Leicester had veruit de minste blessures van allemaal en kon week na week met hun beste spelers het veld op.

De data zelf maken ons dus niet per se beter. Het verschil zit ’m in de mate waarin gegevens succesvol geanalyseerd en geïnterpreteerd worden en toegepast worden in de juiste aanpak.